Omstreden president, omstreden museum

In een gevoelsmatig ver verleden, het was oktober 2004, interviewde ik voor het vak ‘Deadline’ aan de School voor Journalistiek Amerika-deskundige Maarten van Rossem. Nooit te beroerd om zelfs een student journalistiek te woord te staan. Ook toen was mijn fascinatie voor Amerika onverminderd groot. Het was de maand voor de presidentsverkiezingen. Zittend president George Walker Bush uit Texas nam het op tegen de weinig aansprekende Democraat John Kerry uit Massachusetts.

Dus was ik voor de wekelijkse krant die wij in elkaar knutselden benieuwd naar de opinie van Van Rossem. Ik wist dat hij, op z’n zachts gezegd, geen fan was van de president. Van een herverkiezing van Bush moest hij niets weten. ,,Hij was misschien een pasabele gouverneur van Texas, maar het presidentschap is voor hem te hoog gegrepen.” Tot slot vroeg ik hem, enigszins naar de bekende weg en hopend op een mooie quote, welke verkiezingsuitslag hem zou bekoren. Van Rossem: “Het is een zegen voor de wereld en een zegen voor de Verenigde Staten als dat clubje ultraconservatieve leugenaars eruit wordt gedonderd.”

Die mening gaf Van Rossem dus aan het einde van zijn eerste termijn, op het moment dat de kritiek op zijn beleid niet de hevigheid had van een paar jaar later. Omdat Kerry zijn opponent weigerde hard aan te vallen op zijn Irak-beleid, Bush rommelde Amerika en zijn bondgenoten een achteraf bezien illegale oorlog in, en het Republikeinse sloopteam Kerry op hun beurt in een spijkerharde campagne neerzette als een elitaire, onbetrouwbare blaaskaak die geen idee zou hebben wat er onder de Amerikanen leeft, kreeg Bush een tweede termijn. Die zou uitlopen op een drama.

Dat Bush het überhaupt tot het Witte Huis schopte, had op z’n minst een omstreden karakter. Tegenstander Al Gore, acht jaar vice-president onder Bill Clinton, behaalde weliswaar de meeste stemmen (electoral vote), maar omdat in Amerika de president niet rechtstreeks wordt gekozen, maar via een systeem van kiesmannen, was het nog geen uitgemaakte zaak. Doorslaggevend was de staat Florida. Beide kandidaten hadden de kiesmannen nodig voor een meerderheid in het kiescollege. Het verschil bedroeg slechts 571 stemmen. Tijdens het hertellen van de stemmen intervenieerde het Amerikaanse Suprême Court met de uitspraak dat het hertellen moest stoppen. George W. Bush werd president.

Zo omstreden als hij het Witte Huis bereikte, zo omstreden regeerde Bush. Zijn grootste verdienste was misschien wel de ‘No Child Left Behind Act’, een wet die hij met de Democratische senator Ted Kennedy door het Congres loodste. De aanslagen van elf september veranderden alles. Hij werd de oorlogspresident. Tegen de rest van de wereld zei hij: ‘You are either with us, or you are with the terrorists’. Het leverde hem in diezelfde maand het hoogste waarderingscijfer ooit voor een president op. Liefst negentig procent van de Amerikanen vond dat hij zijn werk goed deed. Dat is één procent meer dan zijn vader na de eerste Golfoorlog in 1991.

Bush opende snel de aanval op Afghanistan, waar Al Qaida zich verborgen hield, in 2003 verlegde hij zijn aandacht naar Irak om Saddam Hussein af te zetten. Dat ging vlot, maar de oorlogen sukkelden jarenlang door en waren zeer impopulair. Toen Bush niet adequaat ingreep toen de orkaan Katrina in 2005 New Orleans onder water zette, smolt zijn binnenlandse macht als sneeuw voor de zon. Met de ineenstorting van het financiële systeem in 2008, dat begon met het faillissement van de bank Lehman Brothers, was het voor Bush helemaal gedaan. Hij vertrok met de laagste waarderingscijfers sinds de presidenten Harry Truman en Richard Nixon.

George W. Bush Museum

George W. Bush Museum

Dat presidenten hun prestaties na het vertrek uit het Witte Huis groter maken, is vanuit menselijk oogpunt niet zo vreemd. Zolang het maar binnen de kaders van de realiteit is. George W. Bush lijkt die realiteit met zijn presidentiële museum uit het oog te zijn verloren. Op het terrein van de Southern Methodist University in Dallas liet hij een kitscherig gebouw uit de grond stampen waar je bij binnenkomst zo streng wordt gecontroleerd dat bij bezoekers de indruk wordt gewekt Fort Knox te betreden.

In de eerste zaal spreken Bush en zijn echtgenote Laura vanaf een groot scherm over hun jaren in Washington DC. Een voice-over, met de ondertoon van een begrafenisondernemer, en een melodramatisch achtergrondmuziekje die inspeelt op het onderbuikgevoel ben je bijna geneigd te denken dat Bush qua prestaties op dezelfde voet staat als Abraham Lincoln of Thomas Jefferson en qua populariteit aan John F. Kennedy of Ronald Reagan.

Alle beslissingen van Bush worden in het museum verkocht alsof het heroïsche daden waren die als voorbeeld zouden moeten dienen voor toekomstige generaties. Bij het gedeelte over het drama in New Orleans staat een bord met de tekst: Crisis Management. Inwoners van New Orleans en de rest van Amerika denken daar heel anders over. En natuurlijk was er na elf september geen andere uitweg dan het voeren van jarenlange, onbetaalbare oorlogen die Amerika uiteindelijk met een enorm begrotingstekort opzadelden. Niet te vergeten in combinatie met enorme belastingverlagingen voor hoofdzakelijk rijkere Amerikanen.

Op 25 april 2013 opende George Walker Bush in het bijzijn van vader Bush, Jimmy Carter, Bill Clinton en Barack Obama zijn presidentiële museum en bibliotheek. Aan het slot van zijn toespraak kreeg de oud-president het even te kwaad (voor de liefhebbers: http://www.youtube.com/watch?v=YkFIjjlmOpI). De kans lijkt vrij klein dat hij zijn tranen de vrije loop liet, omdat niet alleen zijn presidentschap omstreden was, maar ook zijn in een museum verpakte nalatenschap. Met zijn emotionele slotwoorden, I will always believe our nations best days lie ahead, schetste Bush zijn Witte Huis-jaren onbedoeld in een notendop.

Trackbacks

  1. […] senior in College Station (Texas), Clinton in Little Rock (Arkansas) en Bush junior in Dallas (klik hier voor het artikel over mijn bezoek aan dat museum in de zomer van […]

Laat wat van je horen

*