De schaduw van Dallas

De hitte overviel me. Het was eind juni 2002 en als 20-jarig groentje stond ik na een vlucht vanuit Atlanta op Dallas/Fort Worth International Airport. Mijn bestemming: Dallas. Omdat ik de twee maanden durende reis door Amerika (de eerste keer in dat immense land) min of meer op de bonnefooi maakte – alleen de vluchten waren geregeld – had ik nog geen idee waar ik in Dallas zou verblijven. De chauffeur van het taxibusje had wel een idee, nadat ik aangaf voor Dealey Plaza naar Dallas te zijn gekomen. Hij zette me af bij de Hotel Lawrence, op nauwelijks een steenworp afstand van ’s werelds beroemdste crime scene.

Het was letterlijk snikheet in Dallas. De thermometers tikten de 46 graden aan. Zulke hitte had ik nooit eerder ervaren. Het weerhield mij en andere toeristen er niet van Dealey Plaza te bezoeken. Destijds, elf jaar geleden, had ik slechts oppervlakkige interesse in de moord op de Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy, maar na dat bezoek werd alles anders. Ik zag daar, tot mijn eigen verbazing, volwassen mannen van ruim in de vijftig en zestig snotteren als kleine kinderen. “The most memorabel day of my life,” snikte een man, treurend over de aanslag op de gevallen leider op 22 november 1963. Elders in het land zag ik dat ritueel ook bij andere aan JFK gerelateerde gedenkplaatsen.

Sinds dat bezoek is er geen weg meer terug. Het leven, presidentschap en de dood van JFK en de interesse in de Kennedy-familie nemen, ik geef het toe, welhaast maniakale vormen aan. Ik heb het onder controle, maar er gaat geen week voorbij zonder dat ik even op Google zoek of er nog nieuws over JFK, de moord of zijn nalatenschap is. Een paar jaar na mijn eerste bezoek bezocht ik in Dallas en omgeving alle plekken die met de moord te maken hadden. Waaronder het graf van Lee Harvey Oswald en het hotel waar JFK zijn laatste nacht spendeerde, in beide gevallen in buurstad Fort Worth (foto).

JFK Memorial, Fort Worth, Texas

Cape Cod
Ook elders in het land wilde ik alles zien wat met JFK en de Kennedy’s heeft te maken. Op Arlington National Cemetary, even buiten Washington DC, bezocht ik meerdere keren zijn laatste rustplaats, in Hyannis Port (op het fraaie schiereiland Cape Cod) stond ik voor hun beroemde zomervakantiehuis, het kerkje waar ze altijd kwamen, de Hyannis Armory waar JFK zijn overwinningstoespraak in november 1960 hield en het JFK-museum over zijn leven in Hyannis Port. In Boston bezocht ik de John F. Kennedy Presidential Library en net buiten die stad, in Cambridge, visiteerde ik de universiteit waar hij studeerde (Harvard). In een ander voorstadje van Boston, Brookline, kreeg ik een rondleiding door zijn geboortehuis.

Daarnaast verzamelde ik een kleine bibliotheek om zo veel mogelijk informatie in me op te nemen en een beeld te vormen van de president die zo veel mensen in beroering bracht. Een man die in staat was de temperatuur van het land te veranderen met fraaie toespraken en het symbool was van het nieuwe Amerika dat zich ontworstelde aan de grauwe nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Maar ook een man die het niet veel waarde hechte aan ‘huwelijkse trouw’. Met zijn vele buitenechtelijke affaires, ook tijdens zijn presidentschap, was John F. Kennedy slechts een krantenartikel verwijderd van een groot schandaal. FBI-baas J. Edgar Hoover hield Kennedy onder de duim met belastende informatie over zijn seksuele escapades, waardoor de twee een gespannen relatie onderhielden.

Gezondheidsklachten
Bovendien was hij tegenover het Amerikaanse volk niet eerlijk over zijn gezondheid. Naar buiten presenteerde JFK zich graag als een zongebruinde, charismatische en gezonde leider, achter de schermen tobde de president met stevige gezondheidsklachten. Door de ziekte van Adisson was het een wonder dat hij normaal kon functioneren. Niet zelden droeg hij een korset tegen zijn chronische rugklachten. In sommige boeken wordt hij omschreven als een ‘wandelende medicijnkast’. Na de ontmoeting met de Russische leider Nikita Chroetsjov in 1961 in Wenen lag hij bij terugkeer in het Witte Huis twee weken op bed om bij te komen van de fysieke inspanningen.

Met de oprichting van een Peace Corps en de magistrale handelswijze waarmee hij in oktober 1962 de rakettencrisis op Cuba naar zijn hand zette, bereikte Kennedy tijdens zijn iets meer dan duizend dagen in het Witte Huis ook het nodige. De vraag mag echter worden gesteld of de president wel eerlijk kan worden beoordeeld. Waar een president normaal vier of acht jaar het ovale kantoor in Washington DC bekleedt, daar was Kennedy iets meer dan tweeënhalf jaar in functie, voordat kogels een einde maakten aan zijn leven. In de zomer voor zijn dood stuurde JFK een nieuwe wet naar het Congres voor gelijke rechten voor zwarten en de hervorming van het immigratiesysteem. Die kwamen uiteindelijk tot stand onder de supervisie van zijn opvolger, Lyndon Baines Johnson.

Peiling
Opmerkelijk blijft dat – vijftig jaar na de moord – de gebeurtenissen in Dallas nog altijd een schaduw werpen naar het heden. De kans dat Lee Harvey Oswald de enige dader is, is met het verstrijken van de jaren ernstig geslonken. Uit een recente peiling blijkt dat 71 procent van de Amerikanen er niets van gelooft dat Oswald alleen heeft gehandeld. Bovendien liggen er nog 1100 nooit openbaar gemaakte documenten in de National Archives en pleegde de overheid na het ‘onderzoek’ van de Commissie Warren nooit echt serieuze research naar de vele aanwijzingen die er op duiden dat de aanslag op JFK een samenzwering was.

In het nieuwste boek van Thurston Clarke (JFK’s Last Hundred Days) doet de schrijver een aantal interessante onthullingen over de fatale trip naar Texas. Ten eerste loopt het als een rode draad door het boek dat JFK is gefascineerd door politieke moorden. Maar velen maakten zich voor zijn reis naar Dallas grote zorgen. VN-ambassadeur Adlai Stevenson (korte tijd daarvoor geslagen en bespuugd in Dallas) zei: ga niet naar Dallas. In een brief van een vrouw uit Dallas stond: laat de president hier niet naartoe komen. Ik maak me zorgen over hem en ben bang dat er iets vreselijks met hem gebeurt. Enkele Democratische Congresleden hadden hun reserves over zijn bezoek aan de stad. Twee dagen voor de moord zei zijn broer Robert F. Kennedy: ik wil niet dat hij gaat.

Uitstekende, bovengemiddelde president
John F. Kennedy ging toch en reed op Dealey Plaza de geschiedenis in. De moord zal tot in lengte van jaren voer blijven voor speculaties, nieuwe boeken en onthullende documentaires. Zo’n 74 procent van de Amerikanen, zo blijkt uit een recente peiling van het gezaghebbende onderzoeksbureau Gallup, ziet JFK als een uitstekende, bovengemiddelde president. Dit ondanks de wetenschap over zijn seksuele escapades en broze gezondheid, die angstvallig verborgen werden gehouden voor de buitenwacht. Jaarlijks trekken zo’n 350.000 mensen naar Dealey Plaza, op zoek naar de waarheid. Twee weken voor de moord wandelde JFK met een vertrouweling over de begraafplaats Arlington National Cemetary. Hij zei: dit is één van de mooiste plekken ter wereld. Ik zou hier voor altijd kunnen blijven.

Dealey Plaza, Dallas John F. Kennedy
Dat de begraafplaats twee weken later vanwege zijn begrafenis het epicentrum van de wereld was en sindsdien een bedevaartsoord is, had John Fitzgerald Kennedy toen nooit kunnen bevroeden. Datzelfde geldt voor mijn fascinatie voor JFK, de Kennedy-familie en de moord in Dallas die Amerika en de wereld vijftig jaar geleden diep schokten. Op het moment dat ik in juni 2002 in Dallas uit het vliegtuig stapte, had ik bij dat idee minstens een wenkbrauw opgetrokken.

Laat wat van je horen

*